No balls, no glory.
Een uitspraak waar ik vaak energie uit haal. Zeker als ik weer iets nieuws begin. En als ik er de handen voor op elkaar krijg. Niet zozeer omdat ik zo ‘ballsy’ ben, of omdat ik per se in de spotlight wil staan (glory!), maar omdat ik al vroeg leerde dat zonder beweging niets gebeurt en deze spreuk zet aan tot actie. Ik kan daar allerlei veranderingsmanagement praat op los laten, maar als je gelooft in het iteratieve proces, dan is simpelweg uit je comfort zone stappen het beste begin.
En laat ik zeggen dat al jong te hebben geleerd: Vóór mijn achttiende was ik al negen keer verhuisd, zowel binnen Nederland als internationaal, meestal vanwege de carrièrestappen van mijn vader. Als expatdochter zag ik dat avontuur je niet komt aanwaaien als je niet uit je comfortzone durft te stappen. Als gezin werkten we daar actief aan mee. Een kink in de kabel, en het feest kon niet doorgaan. Je leerde harmoniseren, alignen met een groter doel — en samen zorgen dat we de uitdagingen trotseerden.
Want elke sprong had natuurlijk consequenties. Je kwam telkens opnieuw terecht in een omgeving waar alles anders was, waar sociale structuren al ingesleten waren. Je leerde jezelf opnieuw uitvinden en adaptief zijn naar mensen, cultuur en context. Het maakte me flexibel. Doortastend. En ik ontwikkelde een oog voor nuances en kansen.
Door dat telkens opnieuw instappen heb ik me zelden een echte ‘insider’ gevoeld. Vaker een ‘passagier’ — iemand die een stoel krijgt en van binnenuit mag meekijken, met een eigen, goedgevulde zak ervaringen.
Een positie die soms eenzaam is, maar vooral bevrijdend: ze geeft een eerlijke helikopterview, zonder last van geldende doctrines en gebruiken. Ze laat je ruimtes zien waar anderen binnen de gebaande paden niet kijken. En ze toont je de vaardigheid om mede-passagiers te motiveren anders te kijken — en het vervolgens ook écht te doen. Met kans om te vallen, maar ook om te leren, op te staan en daarin soms met een beetje geluk, grote successen te boeken.
Die al jong geleerde dans met het onbekende maakte dat mijn terugkeer naar Nederland — en mijn carrièrepad — allesbehalve lineair was. Ik onderzocht -met brede interesses en affiniteit- waar mijn toegevoegde waarde lag: zelfstandig televisie maken in de jaren ’90, vanaf mijn zolderkamer meebouwen aan het vroege internet, en als een van de weinige vrouwen als technisch veejay werken bij clubs als het oude Tivoli, toen dat nog allerminst vanzelfsprekend was.
Die combinatie van techniek, cultuur en communicatie bracht me eind vorige eeuw in het marketing en communicatievak, waar ik vaak vroeg zag hoe het landschap zou veranderen. En dat leidde tot learnings (kon beter…) en successen, van nieuwe brands, keurmerken, primetime kijkcijferkanonnen, lobby resultaten op belangrijke economische of maatschappelijke onderwerpen, media aandacht, groeiende teams, tot prijswinnende campagnes en toepassing van nieuwe media technologieën en platforms! En ook toffe projecten die in de vergetelheid verdwenen. Hoe beter ik die dans met verandering leerde kennen, hoe sterker het verlangen werd om dat op eigen kracht te doen. Ik wilde ondernemen zonder vangnet. Geen vaste organisatie, geen teams, geen consultants, geen jaarbudgetten om op te leunen. Wel mijn drive, aanpassingsvermogen, verworven skills en visie, en netwerk.
En dan: de eerste aanbesteding winnen of een potentiële opdrachtgever die koffie met je wil drinken. Hoofdaannemer zijn en met partners en leveranciers bewegingen bouwen. Ondernemers en burgers verbinden rond klimaat, natuur, digitale transformatie, customer experience, technologie en verandering.
Dat werd tien jaar lang Change Collectief. Een eenmanszaak, een virtueel bureau, gedragen door mijn eigen kracht en netwerk. Met pieken en dalen — precies waar ik me thuis voel: heruitvinden, merken scheppen, mensen in beweging brengen, vooroplopen in nieuwe thema’s als AI, blockchain, agile, customer experience en transformatie. Urgentie zien en omvormen tot echte verandering. Kneden, structureren, overdragen en dan weer door.
En nu is het opnieuw tijd voor een sprong.
Nederland bevindt zich voor mijn gevoel op een lastig kantelpunt. We hebben te lang geleund op het idee dat we een regisserende speler zijn in wereldwijde vrije markten. Die wereld bestaat niet meer. We moeten opnieuw investeren in technologie, maak- en doekracht. Een beetje minderen met de kluit ‘hoogopgeleide’ kenniswerkers die nagenoeg hetzelfde roepen. Minder geouwehoer van achter het bureau met steeds dezelfde sausjes. Ook de wildgroei aan naamgenoten (Change dit, Collectief dat) maakt dat mijn eigen bijdrage hier zijn rek begint te verliezen. Bovendien hebben de termen ‘maatschappelijk’ en ‘verduurzaming’ als onderdeel van die noodzakelijke veranderingen een steeds diepere laag en betekenis voor me gekregen.
Duurzame, maatschappelijke, maakbewegingen zijn een samenspel van meerdere lagen. Beleidsmatige ruimte, investeringskracht is nodig. Maar al jong zag ik dat echte innovatie ontstaat bij mensen die met een schoffel, hamer of een nijptang op de werkvloer of in de klei staan. Zodra innovatie enkel nog gestuurd wordt vanuit zalen voorgezeten met gelikte sheets, wordt echte maak- en doekracht een paradox.
Juist in kleinschalige, opschalende, of soms nog onontdekte productie zit plezier en potentie. In ogenschijnlijk kleine bewegingen die ongemerkt lokale economieën weerbaar, relevant en duurzaam maken — en daarmee uiteindelijk ook onze nationale economie veerkrachtiger tegen wereldwijde grillen. Ik zie graag minder van mij kenniscollega’s en ambtenaren en meer ruimte voor makers en artisanen. Meer waardering voor ambacht en vakmanschap. Meer ware connectie met de natuur. Weg van ‘massa’. Minder opgeblazen luchtbellen van kennisetalage en investeringsretoriek.
Verandering ontstaat niet achter bureaus, maar in het echte leven, in de klei, op de werkvloer.
Ik hang mijn Change Collectief-vlag aan de wilgen en ga weer observeren, leren, iets nieuws opbouwen, smeden, resoneren met natuur, delen en hopelijk laten bloeien — met voeten in de klei. Letterlijk. Wat dat precies wordt, deel ik in het nieuwe jaar.
Change Collectief stopt hier.
En maakt plaats voor iets nieuws.
Ik nodig je van harte uit om mijn volgende stappen te blijven volgen — en met mij dit adaptatie-adagium te omarmen:
Wie durft loslaten, maakt ruimte voor iets dat wil ontstaan.
No balls, no glory. Doen dus. Ook al weet je/ik nu nog niet welke learnings het zal brengen.
Dank aan iedereen die de reis met mij wilde maken onder de vlag van Change Collectief. Zonder jullie was het nooit meer geweest dan een geinig idee met ambitie. Het kon ruim elf jaar bestaan dankzij het vertrouwen en de ruimte die jullie mij gaven. Een prestatie die ik in het oprichtingsjaar 2014 nog helemaal niet kon voorzien, wel hopen.
Nu is het tijd voor iets nieuws.
Tot snel.
Kirsten.
No balls, no glory
Een kleine sfeerimpressie van 11 jaar Change Collectief












